By BOSALO payday loans

Lac_du_Der_panorama_ban.jpg
Home Wetgeving Wetgeving Soortenlijst Wettelijk Statuut (Bijlage 1 - Categorie 2)
Wettelijk Statuut (Bijlage 1 - Categorie 2) Afdrukken E-mail

Deze vogelsoort is beschermd volgens de bepalingen van artikel 9 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 15 mei 2009 met betrekking tot soortenbescherming en soortenbeheer (soortenbesluit). De beschermingsbepalingen die van toepassing zijn op specimens van deze vogelsoort gelden ongeacht de levensfase waarin die specimens zich bevinden. Deze vogelsoort is opgenomen in Bijlage 1 van het soortenbesluit. Dit betekent dat ze regelmatig voorkomt in het Vlaamse Gewest of waarvan al minimaal twintig aanvaarde gevallen zijn vastgesteld op het moment dat dit besluit in werking is getreden.

 

Verbodsbepalingen (art. 10)
Ten aanzien van specimens van deze vogelsoort zijn de volgende handelingen verboden:

1. het opzettelijk doden;
2. het opzettelijk vangen;
3. het opzettelijk en betekenisvol verstoren, in het bijzonder tijdens de perioden van de voortplanting, de afhankelijkheid van de jongen, de overwintering en tijdens de trek.

 

Ten aanzien van eieren van deze vogelsoort is het verboden om deze opzettelijk te vernielen, te beschadigen of te verzamelen.

 

Een handeling zoals beschreven in artikel 10 wordt onder meer geacht onopzettelijk te zijn wanneer de verantwoordelijke voor deze handeling niet wist en redelijkerwijze niet hoorde te weten dat deze handeling kon leiden tot de in artikel 10 beschreven negatieve gevolgen voor specimens van deze beschermde vogelsoort.

 

Bezit, vervoer, handel (art. 12 en 13)
Het onder zich hebben, het vervoeren, het verhandelen of ruilen of het te koop of in ruil aanbieden van specimens of eieren van deze vogelsoort zijn verboden. Deze verbodsbepalingen gelden niet voor het onder zich hebben of het vervoeren van opgezette specimens deze vogelsoort als het om zeer kleine aantallen specimens gaat die bestemd zijn voor educatieve of wetenschappelijke activiteiten in onderwijsinstellingen, in educatieve centra die beheerd worden door instanties die duidelijk educatieve activiteiten met deze vogelsoort in kwestie tot doel hebben of in openbare onderzoeksorganismen, of als ze vermeld zijn op een inventaris die vóór 1 november 1972 werd geviseerd door de burgemeester van de gemeente waar de opgezette specimens in kwestie onder zich worden gehouden.

 

Nesten (art. 14)
Het is verboden de nesten van deze vogelsoort opzettelijk te vernielen, te beschadigen of weg te nemen. Het vernielen, beschadigen of wegnemen van nesten wordt onder meer geacht onopzettelijk te zijn wanneer de verantwoordelijke voor deze handeling niet wist en redelijkerwijze niet hoorde te weten dat deze handeling kon leiden tot negatieve gevolgen voor de nesten. Onder nesten worden begrepen de bewoonde nesten, de nesten die in aanbouw zijn als voorbereiding op het komende broedseizoen, alsook de nesten die in de regel jaar na jaar tijdens het broedseizoen hergebruikt worden.

 

Verboden middelen (art. 16 §1 en §3)
Het is verboden om voor het doden of vangen van in het wild levende dieren in het kader van dit besluit gebruik te maken van onderstaande middelen, installaties of methoden. Het is eveneens verboden om voor het doden of vangen van die dieren andere middelen, installaties of methoden te gebruiken dan degene die hieronder vermeld zijn als die middelen, installaties of methoden er op gericht zijn om dieren te vangen of te doden op een massale of niet-selectieve wijze, of om bij dat vangen of doden vermijdbaar leed te veroorzaken:

1. strikken en stroppen;
2. lijm;
3. haken;
4. blindgemaakte of verminkte levende dieren die als lokdieren worden gebruikt;
5. alle akoestische hulpmiddelen;
6. elektrische en elektronische apparaten waarmee dieren kunnen worden gedood of bewusteloos kunnen worden gemaakt;
7. kunstmatige lichtbronnen;
8. spiegels en andere verblindende voorwerpen;
9. apparaten om vangstplaatsen te verlichten;
10. zoekers met een elektronische beeldversterker en beeldomkeerder om te schieten in het donker;
11. explosieven;
12. netten die qua werking of gebruik niet voldoende selectief zijn;
13. vallen die qua werking of gebruik niet voldoende selectief zijn;
14. kruisbogen en katapulten;
15. vergif en giftig of verdovend lokaas;
16. uitgassen, uitroken of onder water zetten;
17. vuurwapens en munitie die niet vallen onder het bepaalde in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Executieve van 28 oktober 1987 betreffende het gebruik van vuurwapens en munitie bij de jacht in het Vlaamse Gewest.

 

Het is verboden om de volgende middelen onder zich te hebben, te vervoeren, te verhandelen, te ruilen, te koop aan te bieden of in ruil aan te bieden:
1. vogelvangstnetten: netten die opgespannen een oppervlakte hebben van meer dan 1 m², een maaswijdte hebben tussen 11 en 29 mm, gemeten over het garen van knoop tot knoop, vervaardigd zijn uit synthetische, kunstmatige of natuurlijke vezels en waarvan het garen is samengesteld uit 2 tot 8 getorste of geweven draden;
2. mistnetten: netten in banen, aan het stuk of in bepaalde vorm vervaardigd, van garens in synthetische of van kunstmatige vezels met een totale dikte van minder dan 150 deniers (16,2 mg per meter) en waarvan de maaswijdte gemeten over het garen, van knoop tot knoop, kleiner is dan 35 mm;
3. vogelvangkooien en -klemmen: allerlei types van kooien, klemmen en vallen, van welk formaat ook, die geschikt zijn voor de vangst van vogels, met uitzondering van de vallen die worden toegelaten conform bijlage 3 van het besluit.

  

Verboden vervoermiddelen (art. 16 §2)
Het is verboden om voor het doden of vangen van deze vogelsoort onderstaande vervoermiddelen te gebruiken:

1. luchtvaartuigen;
2. motorvoertuigen;
3. vaartuigen die met een snelheid van meer dan vijf kilometer per uur worden aangedreven.

 

Introductie van soorten (art. 17)
Het is verboden om specimens van deze vogelsoort opzettelijk te introduceren in het wild.

 

Afwijkingen op beschermingsbeginsel (art. 20)
Met betrekking tot deze beschermde vogelsoort kunnen er door het Agentschap voor Natuur en Bos specifieke afwijkingen verleend worden op het beschermingsbeginsel om een of meer van de volgende redenen:

1. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;
2. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;
3. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren;
4. ter bescherming van de wilde fauna of flora of ter instandhouding van de natuurlijke habitats;
5. voor doeleinden in verband met onderzoek of onderwijs, repopulatie of herintroductie, alsook voor de daartoe benodigde kweek;
6. om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt en vastgesteld aantal van bepaalde specimens te vangen, te plukken of in bezit te hebben.


Afwijkingen kunnen alleen maar toegestaan worden als de volgende voorwaarden zijn vervuld:

1. er mag geen andere bevredigende oplossing bestaan;
2. de afwijking mag geen afbreuk doen aan het streefdoel om de populaties van de soort in kwestie in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan, op lokaal niveau of op Vlaams niveau.

 

Vogelliefhebberij (art. 41)
Houders van specimens van beschermde vogelsoorten mogen deze specimens onder zich hebben, vervoeren, verhandelen of ruilen, te koop of in ruil aanbieden op voorwaarde dat aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

1. het gaat om specimens die in het Vlaamse Gewest in gevangenschap zijn geboren en gekweekt. Dat wordt aangetoond met een gesloten pootring die afgeleverd is door een vogelhoudersvereniging die erkend is;
2. het gaat om specimens die afkomstig zijn uit een ander Belgisch gewest of uit een andere lidstaat van de Europese Unie en die er op een legale wijze onder zich werden gehouden. Dat wordt aangetoond met een van de onderstaande merkingsmethoden:

a. een gesloten pootring die voldoet aan de relevante regelgeving van een ander Belgisch gewest of een lidstaat van de Europese Unie en die aantoonbaar rechtmatig is afgegeven;
b. een ander rechtmatig afgegeven merkteken dan een gesloten pootring, dat voldoet aan de relevante regelgeving van een ander Belgisch gewest of een lidstaat van de Europese Unie en dat aantoonbaar rechtmatig is afgegeven. Die vrijstelling, als vermeld in het eerste lid, geldt niet voor het verbod inzake het vervoer of de verhandeling van de eieren van die vogelsoorten.

 

Handhaving en strafbepalingen

De handhaving van het Soortenbesluit gebeurt op basis van het zogenaamde milieuhandhavingsdecreet (MHD) dat op 25 juni 2009 in werking trad. Voor de volledige tekst in pdf klik HIER. Het Soortenbesluit is een uitvoeringsbesluit van het Decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (het zgn. Natuurdecreet).