kustpolderbanner_10.jpg
Home Wetgeving Jachtreglementering Jacht op overig wild: KONIJN
Jacht op overig wild: KONIJN Afdrukken E-mail

Dit zoogdier behoort volgens de bepalingen van artikel 3 van het Jachtdecreet van 24 juli 1991 tot het kleinwild. De jacht op konijnen is open van 15 augustus tot en met 28 of 29 februari. De jacht op en de bestrijding van konijnen mag alleen worden beoefend met het vuurwapen en met roofvogels, of met fretten en buidels.

 

Voorwaarden
Behalve voor de bijzondere bejaging is het verboden te jagen in velden waarop zich graangewassen of andere korrel- of zaaddragende planten bevinden, rijp of rijpend te velde of gemaaid, die op de grond liggen, tenzij het gaat om velden met maïs, met gras of voeder van alle aard, met bieten, aardappelen, rapen of andere planten die niet geteeld worden met het oog op graan- of zaadopbrengsten, of om velden met gebonden, rechtgezette of opgehoopte graan- en zaadgewassen, of met herfstbezaaiingen. Het is verboden om te jagen bij sneeuw, welke ook de hoeveelheid sneeuw is die de grond bedekt op de locatie waar er wordt gejaagd.

 

Bijzondere bejaging
Ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, weiden of eigendommen, voor het natuurbeheer of als dat noodzakelijk is voor de veiligheid van het luchtverkeer, en op plaatsen waar geen andere bevredigende oplossing bestaat, kunnen konijnen ook bejaagd worden van 1 maart tot en met 14 augustus.

 

De bijzondere bejaging op konijnen kan enkel worden uitgeoefend onder de volgende specifieke voorwaarden:

 

door de jachtrechthouder en zijn genodigden;
op en binnen een zone van maximaal 50 meter rond percelen, beplant met koolgewassen, vlas, bonen, erwten, cichorei, aardbeien, suikerbieten, knolselder, wortelen, witloof, boomkwekerijteelten, kersenboomgaarden en graangewassen, met uitzondering van maïs, waar die wildsoorten schade kunnen aanrichten;
na voorafgaandelijk, tot de jachtrechthouder gericht schriftelijk verzoek vanwege de eigenaar van de teelten die gevrijwaard moeten worden van schade.

 

Bestrijding
De bestrijding van konijnen onder de voorwaarden van artikel 22 van het Jachtdecreet van 24 juli 1991 is het hele jaar toegestaan in de vogelrijke gebieden, voor zover er sprake is van ernstige schade aan gewassen en op plaatsen waar geen andere bevredigende oplossing bestaat.

 

De bijzondere veldwachters die geslaagd zijn voor een officieel jachtexamen, mogen met het geweer de stand van wilde konijnen op het jachtterrein van hun aanstellers het hele jaar door reguleren. De bijzondere veldwachters die voor 1 juli 1992 zijn aangesteld om de stand van wilde konijnen met het geweer te reguleren op het jachtterrein van hun aanstellers, mogen die regulering blijven voortzetten zolang zij in dienst blijven op het jachtterrein van hun huidige aanstellers.

 

De eigenaar of de grondgebruiker meldt elke bestrijdingsactiviteit vooraf per e-mail of fax, aan het Agentschap voor Natuur en Bos, opdat dat het nodige toezicht zou kunnen uitoefenen, en zo nodig de bestrijding zou kunnen verbieden. Deze melding kan betrekking hebben op afzonderlijke bestrijdingsactiviteiten of op een bestrijdingskalender. Voor deze melding wordt er een meldingsformulier gebruikt volgens een model, vastgesteld door het Agentschap voor Natuur en Bos. De bestrijding mag op zijn vroegst een aanvang nemen hetzij 24 uur na de melding, hetzij na ontvangstbevestiging van deze melding.

 

De ambtenaar, vermeld in artikel 22, tweede lid, en artikel 24, derde lid, van het Jachtdecreet van 24 juli 1991, wordt aangewezen door het Agentschap voor Natuur en Bos.

 

Het op grond van artikel 22 van het Jachtdecreet van 24 juli 1991 gedode wild moet worden aangeboden tegen aanbodbewijs aan het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van de gemeente waarin de bestrijding plaatsvindt.

 

Voor verboden jachtmethoden en -middelen, klik HIER.