Rosse_Grutto.jpg
Home Wetgeving Jachtreglementering Jacht op overig wild: VOS

Zoeken

Jacht op overig wild: VOS Afdrukken E-mail

Dit zoogdier behoort volgens de bepalingen van artikel 3 van het Jachtdecreet van 24 juli 1991 tot het overig wild. De jacht op vossen is open van 1 oktober tot en met 14 februari. De jacht op vossen mag alleen worden beoefend met het vuurwapen en met roofvogels.

 

Voorwaarden
Vossen mogen niet bejaagd of geschoten worden binnen een straal van vijftig meter rond de vossen- en dassenburchten. Behalve voor de bijzondere bejaging is het verboden te jagen in velden waarop zich graangewassen of andere korrel- of zaaddragende planten bevinden, rijp of rijpend te velde of gemaaid, die op de grond liggen, tenzij het gaat om velden met maïs, met gras of voeder van alle aard, met bieten, aardappelen, rapen of andere planten die niet geteeld worden met het oog op graan- of zaadopbrengsten, of om velden met gebonden, rechtgezette of opgehoopte graan- en zaadgewassen, of met herfstbezaaiingen. Het is verboden om te jagen bij sneeuw, welke ook de hoeveelheid sneeuw is die de grond bedekt op de locatie waar er wordt gejaagd.

 

Bestrijding
Vossen kunnen bestreden worden met kastvallen met een maximumvolume van 1.000 dm³ waarin de gevangen dieren zich vrij kunnen bewegen en die, in gesloten toestand, in de zijwand ter hoogte van het maaiveld minstens één vrije opening hebben waarbinnen een cirkel met een diameter van ten minste 6,5 cm kan worden beschreven.

 

Vossen mogen niet bestreden worden binnen een straal van vijftig meter rond de vossen- en dassenburchten. De burchten mogen bij de bestrijding op generlei wijze betreden of verstoord worden, zoals het uitgegraven of vergraven worden of onder water of onder een andere stof in gasvormige, vaste of vloeibare toestand gezet worden.

 

De bijzondere veldwachters die geslaagd zijn voor een officieel jachtexamen, mogen met het geweer de stand van vossen op het jachtterrein van hun aanstellers het hele jaar door reguleren. De bijzondere veldwachters die voor 1 juli 1992 zijn aangesteld om de stand van vossen met het geweer te reguleren op het jachtterrein van hun aanstellers, mogen die regulering blijven voortzetten zolang zij in dienst blijven op het jachtterrein van hun huidige aanstellers.

 

De eigenaar of de grondgebruiker meldt elke bestrijdingsactiviteit vooraf per e-mail of fax, aan het Agentschap voor Natuur en Bos, opdat dat het nodige toezicht zou kunnen uitoefenen, en zo nodig de bestrijding zou kunnen verbieden. Deze melding kan betrekking hebben op afzonderlijke bestrijdingsactiviteiten of op een bestrijdingskalender. Voor deze melding wordt er een meldingsformulier gebruikt volgens een model, vastgesteld door het Agentschap voor Natuur en Bos. De bestrijding mag op zijn vroegst een aanvang nemen hetzij 24 uur na de melding, hetzij na ontvangstbevestiging van deze melding.

 

De ambtenaar, vermeld in artikel 22, tweede lid, en artikel 24, derde lid, van het Jachtdecreet van 24 juli 1991, wordt aangewezen door het Agentschap voor Natuur en Bos.

 

Het op grond van artikel 22 van het Jachtdecreet van 24 juli 1991 gedode wild moet worden aangeboden tegen aanbodbewijs aan het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van de gemeente waarin de bestrijding plaatsvindt.

 

Voor verboden jachtmethoden en -middelen, klik HIER.