Aalscholver.jpg
Home Wetgeving

Zoeken

Verboden jachtmethoden en -middelen Afdrukken E-mail

Volgende jachtmethoden en jachtmiddelen zijn verboden :

het gebruik van levende lokvogels;
het gebruik van duivencarrousels;
het gebruik van honden met het oog op vossenjacht binnen een straal van vijftig meter rond een vossen- of dassenburcht;
het gebruik van hazewindhonden;
het gebruik van meute en paarden;
het gebruik van veerklemmen; ook het bezit en de verhandeling van veerklemmen is verboden.

 

Jacht op zondag
De jachtrechthouder dient bijzondere aandacht te besteden aan de veiligheid en de verenigbaarheid van afzonderlijke jachtactiviteiten met andere recreatieve activiteiten in het buitengebied. De gewone jacht met een vuurwapen die plaatsgrijpt op zondag dient ten laatste 24 uur op voorhand gemeld te worden op een elektronisch meldpunt, daartoe opgezet door het Agentschap voor Natuur en Bos. Op basis van de gegevens geïnventariseerd op het meldpunt inzake de zondagjacht zal er na één jaar een evaluatie gebeuren en zal onderzocht worden of de regeling voor de zondagjacht moet bijgestuurd worden.

 

Lood- en zinkhagel
Volgens art. 3bis van het Besluit van de Vlaamse regering van 28 oktober 1987 betreffende het gebruik van vuurwapens en munitie bij de jacht in het Vlaamse Gewest (gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse regering van 19 september 2003 tot wijziging van de regelgeving betreffende de jacht in het Vlaamse Gewest - B.S. 16.10.2003) is het gebruik van loodhagel en zinkhagel vanaf 1 juli 2008 te allen tijde en overal verboden.

 

Jachtkansels
Volgens artikel 2 van het koninklijk besluit van 17 augustus 1964 tot regeling van het gebruik van jachtkansels met het oog op de uitoefening van de jacht (gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse regering van 19 september 2003 tot wijziging van de regelgeving betreffende de jacht in het Vlaamse Gewest - B.S. 16.10.2003) is het bij de uitoefening van de jacht verboden zich met een jachtwapen te bevinden op of gebruik te maken van jachtkansels, gelegen op minder dan 200 meter van:

elk terrein waarvan het jachtrecht aan een ander toebehoort, met uitzondering van terreinen die gelegen zijn binnen of grenzen aan een erkende wildbeheereenheid, na onderling schriftelijk akkoord van de betrokken jachtrechthouders indien het jachtrecht wordt uitgeoefend of van de betrokken terreinbeheerders indien het jachtrecht niet wordt uitgeoefend en van de eigenaar van dit terrein;
een kunstmatige voederplaats voor het wild;
een teelt, bestemd als voeder voor wild, met uitzondering van al dan niet verbeterd natuurlijk grasland.

 

Sneeuw en ijs

Met uitzondering van de jacht op reewild is het in Vlaanderen verboden om te jagen bij sneeuw, welke ook de hoeveelheid sneeuw is die de grond bedekt op de locatie waar er wordt gejaagd. De jacht op waterwild verboden op of op een afstand van minder dan 100 meter langs moerassen, waterplassen en waterlopen waarvan de oppervlakte en bijbehorende rietkragen langs de oevers voor meer dan de helft met ijs zijn bedekt.