
| De vos: animalia non grata? |
|
|
| donderdag 01 juli 2010 |
|
De roep naar meer mogelijkheden tot bejaging van de vos (Vulpes vulpes) in Vlaanderen klinkt de jongste weken luid en veelvuldig, vooral vanuit de jachtlobby. Burgemeesters, schepenen, volksvertegenwoordigers en zelfs provinciegouverneurs laten zich al te gemakkelijk voor de kar van de jagers spannen. De ene keer lijkt de grote zorg te gaan naar de (vaak vermeende) schade die vossen bij pluimvee- en kippenhouders kunnen aanrichten, de andere keer gaat het over zeldzame diersoorten (weidevogels, sterns, hamster) die door de vos bedreigd zouden worden. Telkens wordt nadrukkelijk verwezen naar buurlanden waar de jagers soms minder beperkingen worden opgelegd om vossen te doden. Er wordt dus vooral gefocust op de verschillen inzake bejagingsmogelijkheden tussen Vlaanderen en de buurlanden. Het is daarom belangrijk om ook eens te focussen op andere verschillen tussen deze buurlanden en Vlaanderen, die rechtstreeks in relatie staan met de mogelijkheden tot bejaging. Vogelbescherming Vlaanderen neemt het op voor de vos omdat dit dier als natuurlijke predator (van voornamelijk muizen en ratten) een belangrijke functie vervult in onze ecosystemen en omdat de organisatie wil ingaan tegen de nonsens die de Hubertus Vereniging Vlaanderen (HVV) de wereld instuurt.
Vossen en nachtjacht
De historisch gegroeide ruimtelijke (wan)ordening maakt Vlaanderen op dat vlak min of meer uniek. Toepassing van nachtjacht in Vlaanderen moet daarom, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Frankrijk of Groot-Brittannië met hun uitgestrekte open landschappen, om reden van elementaire veiligheid gewoon als ondenkbaar beschouwd worden. Welke minister, provinciegouverneur of burgemeester gaat de verantwoordelijkheid nemen om dergelijke risico’s officieel toe te laten, en dat om een totaal overdreven ‘probleem’ aan te pakken?
Vossen en dassen
Ook het bejagen van de vos in zijn ‘burcht’ (holenstelsel) is een pertinent aandachtspunt. Bij burchtbejaging wordt voornamelijk gebruik gemaakt van een speciaal getrainde jachthond die de vos uit zijn burcht drijft zodat die door een wachtende groep jagers kan geschoten worden, of die de vossenjongen in de burcht doodbijt. Vaak gaat dit gepaard met een voorafgaandelijk hevig ‘ondergronds’ gevecht. Heel belangrijk is hier echter dat dassen precies van dezelfde holen gebruik maken en zeer gevoelig zijn voor elke vorm van verstoring. Omdat dassen in Vlaanderen wettelijk beschermd zijn, is het verstoren van de dieren en hun schuilplaatsen dan ook bij wet verboden. Burchtbejaging is alleen daarom in Vlaanderen al niet aan de orde.
Vossen en hun lintworm
Hiertegenover wordt dan weer gesteld dat men in het buitenland wél burchtbejaging toelaat, terwijl daar de verspreiding van de lintworm bij de vossen soms groter is. Hier past een vergelijking. Indien vandaag de sigaret als genotsmiddel zou worden ‘uitgevonden’ en men haar op de markt zou willen brengen, zou dit tegenwoordig nooit meer toegelaten worden om redenen van volksgezondheid. Het terugschroeven echter van een sinds decennia bestaand en wijd verbreid gebruik, lukt echter nooit van vandaag op morgen – ondanks het verhoogd sterfterisico. De parallel is duidelijk: het terugschroeven van de risicodragende burchtbejaging in landen waar dit altijd al uitgeoefend werd, is een proces van lange adem. Het invoeren (wettelijk toelaten) van dit risicogedrag, terwijl het tot op heden in Vlaanderen verboden is, is van een heel andere orde. We gaan toch niet de meest risicodragende handeling inzake besmetting op vossenlintworm gaan invoeren om een nepprobleem, zoals het roven van kleinvee, aan te pakken? Dan pas zou men redenen hebben om ‘klacht in te dienen’ tegen de bevoegde minister!
Vossen, kleinvee en kippen
Voor de kippenhouders geldt een totaal ander verhaal. Zelfs al zou er in Vlaanderen slechts één enkele vos overblijven, dan nog zou dit ene dier toch nog de kippen gaan pakken wanneer die zomaar ‘voor zijn voeten’ lopen. De weg van de minste inspanning is hier de elementaire logica. Bij schade door vossen gaat het immers hoegenaamd niet over (te) veel of weinig vossen, maar over hun aanwezigheid of afwezigheid. Vossen zijn overigens strikt territoriaal, zodat per eenheid van oppervlakte steeds slechts enkele individuen aanwezig zullen zijn – totaal anders dan bijvoorbeeld bij konijnen of ratten, die in groep of kolonie leven.
Essentieel is ook hier weer de specifieke Vlaamse context die ons onderscheidt van de buurlanden: de eindeloze lintbebouwing en verspreide landelijke bewoning. Gelet op het feit dat de grootte van zo’n vossenterritorium doorgaans enkele vierkante kilometer bedraagt, is er in heel Vlaanderen nauwelijks ergens een plek te vinden waar een vossenterritorium mogelijk is zonder dat er tegelijk overlap is met menselijke bewoning. Elk kippenhok zal daardoor in een vossenterritorium liggen, maar ook steeds slechts in één territorium tegelijk. Het leegmaken van zo’n territorium (via vossenjacht) is een spel zonder einde: zodra de territoriumverdediger wegvalt, zal een jong of zwervend dier zijn plaats innemen. Tenzij men natuurlijk overal ingrijpt en de vos simpelweg opnieuw uitroeit.
Zolang dit laatste niet het geval is, zal de kippenhouder, die niet zelf de nodige maatregelen ter beveiliging van zijn dieren neemt, de dupe blijven. Maar ondertussen profiteert de jager er fijntjes van om toch zoveel mogelijk concurrenten uit te schakelen. Zijn (vaak clandestien en massaal uitgezette) fazanten kan hij immers niet veilig ophokken… Het is hoog tijd om deze misplaatste vorm van belangenvermenging aan de kaak te stellen, in de eerste plaats in het belang van de kleinveehouders!
Vossen en zeldzame diersoorten
Vossen als concurrenten van jagers
|