By BOSALO payday loans

Kleine_roodoogjuffer_ban.jpg
Home Persberichtenarchief De Vogel van het Jaar 2012 is ...
De Vogel van het Jaar 2012 is ... Afdrukken E-mail
vrijdag 16 december 2011

De laureaat van de verkiezingen 2011 stak tot half november met kop en schouders boven de andere genomineerde soorten uit. Zo spannend de verkiezing vorig jaar was, zo duidelijk maakte de winnaar zich dit jaar vanaf het eerste moment kenbaar. Althans, dat dachten we. De laatste weken maakte de tweede in rang nog een heuse inhaalbeweging waardoor de einduitslag nog zeer spannend werd. Het bleek verloren moeite. Onze winnaar is – zowel letterlijk als figuurlijk – een echte hoogvlieger: de gierzwaluw. Op de valreep kwamen nog zo'n vijfhonderd nieuwe stemmen binnen. Hierdoor haalde de gierzwaluw met 716 van de 3.251 stemmen een ruime voorsprong op de putter, het kleurrijkste vogeltje van de reeks met 629 stemmen. Als derde eindigt de heggenmus, het onopvallend, grijsblauwe vogeltje dat graag in het struikgewas vertoeft en dat je waarschijnlijk nu onder de voedertafel kunt waarnemen op zoek naar gevallen restjes.

 

 

Gierzwaluw_Arie_2012

© Arie Ouwerkerk

 

 

Hoewel de West-Vlaamse stemmers duidelijk een grote boon hadden voor de torenvalk belandt deze elegante muizenjager pas op de vierde plaats. Ook al doet de dodaars het als broedvogel niet slecht, dit kleine, donzen bolletje valt niet zo snel op tussen de andere watervogels en zit het vaak verscholen tussen de dichte watervegetatie. Eindigde hij hierom als laatste met slechts 46 stemmen? De kuifeend en kramsvogel konden eveneens weinig stemmen veroveren; twee soorten die je niet dagdagelijks tegenkomt in Vlaanderen. De kuifeend, dé duikkampioen onder de eenden, moet je gaan zoeken tussen de andere eendensoorten op onze plassen. De kramsvogel broedt in Vlaanderen slechts in kleine aantallen maar doet onze streken voornamelijk als wintergast aan. Zou het gezegde ‘onbekend is onbemind’  de reden zijn voor het kleine aantal stemmen dat ze kregen?

 

Alle aandacht gaat nu natuurlijk uit naar de gierzwaluw. Hoewel deze vliegende sikkeltjes al sinds augustus België verlaten hebben om warmere, insectenrijke oorden op te zoeken, leeft deze soort dus duidelijk in het hart van velen. Misschien missen we massaal hun gezellige ‘srjie-srjie’  dat ons heimwee doet krijgen naar de warme zomer en leuke terrasjesdagen?

 

Afhankelijkheid van de verstedelijking
Van nature broedden gierzwaluwen in spleten op hoge rotsen die in Vlaanderen natuurlijk nauwelijks te vinden zijn. Deze rotsspleten hebben ze thans ingeruild voor allerlei soorten spleten en gaten in gevels van oude(re) gebouwen of onder dakpannen. In moderne gebouwen vinden ze nog zelden geschikte openingen, kieren en scheuren waarin ze kunnen nestelen. Gebouwen waar deze openingen wel nog te vinden waren, worden stilaan een voor een gerenoveerd en geïsoleerd. Het verdwijnen van de nestplaatsen is dan ook een van de belangrijkste oorzaken van de achteruitgang van deze soort.

 

Gierzwaluwen broeden nog altijd graag zo hoog mogelijk. Onder een hoogte van vier meter zal je uiterst zelden een gierzwaluwnest aantreffen. Een belangrijke reden voor deze drang naar hoogte heeft te maken met het feit dat gierzwaluwen een vrije val maken om op te stijgen. Door hun relatief lange vleugels, in verhouding met hun zeer korte pootjes, kunnen gierzwaluwen uiterst moeilijk opstijgen vanaf een vlak oppervlak. Vergelijk het met een zweefvliegtuig: eens in de lucht hebben ze een perfecte, gestroomlijnde bouw om te vliegen, maar zelf opstijgen is minder evident.

 

 

Putter_en_Heggenmus_2012

© Rollin Verlinde & Yves Adams/Vilda

 

 

Als er ruimte is, kruipen gierzwaluwen ook onder dakpannen. Rekening houdend met de vrije val die ze maken, moet de helling van het dak wel meer dan 45° bedragen. Daarenboven is het belangrijk dat de aanvliegroute naar hun nest volledig vrij is zodat ze niet gehinderd worden als ze naar de nestopening vliegen. Onder dakpannen broeden is echter niet altijd zonder gevaar. Net onder de pannen kan de temperatuur oplopen tot meer dan 60° C als de zon op het dak schijnt. Bij dergelijke temperaturen sterven vele jongen. Sommige nestjongen proberen nog uit het nest te kruipen om de hitte te ontvluchten, vaak met nefaste gevolgen. Nestplaatsen aan de noord- of oostzijde van een gebouw zijn daarom veiliger. By the way: Gierzwaluwen laten geen uitwerpselen achter op de gevels waardoor er nauwelijks overlast is.

 

Hoe de Gierzwaluw helpen
Om het verlies aan nestplaatsen te compenseren, ontwikkelden gespecialiseerde bedrijven verscheidene types nestkasten als alternatief. Er is een ruime keuze tussen nestpannen, inbouwstenen en nestkasten om onder de dakgoot te bevestigen. Kant-en-klare inbouwstenen zijn vooral interessant om te gebruiken als je gaat bouwen of verbouwen. Deze kasten in de muur plaatsen, wat ruimte vrijlaten tussen de bakstenen in plaats van ze op te vullen of enkele gierzwaluwendakpannen leggen, zijn geen ingewikkelde karweien. Laat je vooraf goed informeren over de juiste plaats voor deze kunstnesten.

 

Tips voor het plaatsen van kunstnesten:
• kunstnesten bestaan in de vorm van nestkasten die zowel aan de buitenkant van een gebouw bevestigd als in een muur verwerkt kunnen worden;
• hang een nestkast het liefst onder een oversteek of dakgoot;
• hang de nestkast nooit in de zon. Gevels met een noord- of noordoostelijke oriëntatie zijn het meeste geschikt. Zuidelijke en westelijke gevels zijn alleen geschikt als ze zich tussen 09:00 en 19:00 uur in de schaduw bevinden;
• hang de nestkast(en) minstens vier meter hoog;
• zorg voor een vrije aanvliegroute;
• leg een handvol, kortgeknipt hooi, poezen- of hondenhaar, donsveertjes enzovoort in de nestkast, hier winnen ze veel tijd mee. Gierzwaluwen moeten hun nestmateriaal immers ook in de vlucht bijeensprokkelen;
• frees een kuiltje van 0,5 cm diep in de bodem van de nestkast bij gebrek aan nestmateriaal, dit voorkomt het wegrollen van de eieren;
• gierzwaluwen blijken geen voorkeur te hebben voor een bepaalde kleur. Kasten met een lichtere kleur zijn echter koeler en de donkere invliegopening is dan beter zichtbaar;
• schilder de nestkast nooit aan de binnenzijde.

 

Je maakt het meeste kans op succes als er al gierzwaluwen in de omgeving broeden. Het zijn koloniebroeders, dus hoe meer nestmogelijkheden er zijn hoe groter de kans dat een familie deze gebruikt en de gelegenheid heeft om de kolonie uit te breiden. Gierzwaluwen zijn plaatstrouw. Het liefst keren ze terug naar de broedplaats van het vorige jaar. Daarom kan het soms een tijd duren voordat een gierzwaluwpaartje de nieuwe broedlocatie ontdekt en in gebruik neemt. Geef de moed dus niet te snel op als je na één of twee broedseizoenen nog geen gierzwaluwen op bezoek kreeg. Als een kolonie in de buurt huist, kan je eventueel hun aandacht trekken door een geluidsopname van roepende soortgenoten af te spelen. Op die manier verhoog je de kans dat ze de nieuwe nestlocaties opmerken.

 


Bekijk ons aanbod aan nestkasten in onze online winkel