
|
Jaarlijks worden in deze centra gemiddeld 19.000 Europese vogels binnengebracht, naast zo’n 4.000 in het wild levende zoogdieren, amfibieën en reptielen. De oorzaken van opname zijn van uiteenlopende aard: vogels die tegen hoogspanningskabels of vensterramen gevlogen zijn, slachtoffers van het wegverkeer, de jacht, botulisme en andere vergiftigingen, uit het nest gevallen jongen, slachtoffers van stookolielozingen op zee, vogels die door het gerecht in beslag worden genomen op basis van de reglementeringen inzake vogelbescherming, jacht of dierenwelzijn of op die van de internationale Conventie van Washington (CITES). Elk jaar maakt Vogelbescherming Vlaanderen de balans op van het aantal dieren dat de Opvangcentra voor Vogels en Wilde Dieren tijdens het vorige kalenderjaar hebben opgevangen. Deze jaarbalans geeft ook aan welke diersoorten in de Vlaamse centra de revue passeerden en welke oorzaken aan de basis liggen van hun opvang. De opvangcentra in Vlaanderen zijn erkend en worden gesubsidieerd door de Vlaamse overheid.
De vogel die het meest werd binnengebracht voor verzorging was de merel (2.481 ind.), op de voet gevolgd door houtduif (2.220 ind.) en wilde eend (1.357 ind.). Niet zo’n verwonderlijke cijfers als je weet dat deze soorten behoren tot de meest voorkomende broedvogels in Vlaanderen. Onder de roofvogels heeft de buizerd de twijfelachtige eer om de rangschikking aan te voeren (298 ind.). Op plaats twee staat de sperwer (203 ind.) en plaats drie is voor de torenvalk (181 ind.). Wat de uilen betreft voert de steenuil de lijst aan met 183 individuen, gevolgd door de bosuil (171 ind.) en de kerkuil (152 ind.). In totaal werden 1.339 roofvogels in de centra binnengebracht waarvan 769 dagroofvogels en 570 uilen. Roofvogels worden het vaakst binnengebracht met kwetsuren zoals breuken als gevolg van een botsing met vensters (vooral bij sperwer). Ook hulpeloze en/of gewonde nestjongen (vooral bij torenvalk en kerkuil) en kwetsuren ten gevolge van het wegverkeer (vooral bij uilen) zijn vaak voorkomende oorzaken waardoor roofvogels in een opvangcentrum terechtkomen.
Naast vogels werden ook heel wat zoogdieren opgevangen. Bij de zoogdieren voert de egel met 1.551 individuen duidelijk de rangschikking aan. Hij wordt gevolgd door het ree (435 ind.), het (wild) konijn (368 ind.), de gewone dwergvleermuis (268 ind.) en de rode eekhoorn (273 ind.). Bij de egel is de oorzaak van opname vooral myasis, een aandoening waarbij maden of larven onder de huid kruipen en daar tijdelijk leven, of ze werden slachtoffer van het wegverkeer. Bij het konijn worden vooral nestjongen binnengebracht en reeën zijn vooral het slachtoffer van het wegverkeer. Van alle vogels en wilde dieren zijn het vooral (nest)jongen die het meeste worden binnengebracht (8.327 ind.). Zij zijn vaak het slachtoffer van jagende katten of geraken door het snoeien van hagen of heggen hun nest kwijt. Ze worden gevolgd door gerechtelijk in beslaggenomen dieren (2.743 ind.).
In de Opvangcentra worden niet alleen algemeen voorkomende dieren opgevangen. Af en toe passeren ook zeldzame of uiterst zeldzame soorten de revue. Zo waren er in 2009 onder andere 2 draaihalzen, 2 roerdompen, 2 kleine zilverreigers en 25 slechtvalken in onze opvangcentra te gast voor verzorging. Ook het bezoek van 8 dassen, 7 grootoorvleermuizen en 3 bevers is opmerkelijk; net als de verzorging van 6 hazelwormen, 6 gladde slangen en 3 ringslangen! Door de verzorging van deze zeldzame gasten, doen de opvangcentra dus niet enkel aan individubescherming, maar dragen ze tegelijkertijd ook bij aan soortenbescherming. Niet voor niets wordt de werking van de centra geregeld via het Besluit van de Vlaamse Regering van 15 mei 2009 met betrekking tot soortenbescherming en soortenbeheer (het zgn. Soortenbesluit). De centra zijn erkend en worden gesubsidieerd door de Vlaamse overheid. Vogelbescherming Vlaanderen rekent er op dat de financiële steun van de overheid meegroeit met het stijgende aantal opgevangen noodlijdende dieren.
Jammer genoeg worden er jaarlijks nog steeds een groot aantal vogels (in 2009 precies 2.731) door het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), politiediensten of douane in beslag genomen en voor verzorging in de opvangcentra aangeboden. Dit bewijst dat vandaag de dag nog heel wat personen zich met malafide praktijken bezighouden en zichzelf willen verrijken op kosten van de biodiversiteit. De illegale vangst van en handel in zang- en roofvogels in Vlaanderen is geen stof voor de geschiedenisboeken. Het aantal dat in de centra terechtkomt, vormt helaas het spreekwoordelijke topje van de ijsberg. Hoe langer hoe meer worden bij illegale 'liefhebbers' vogelsoorten aangetroffen die vroeger nooit als 'kooivogel' werden gehouden: baardman, koolmees, zwartkop, zwarte roodstaart, roodborst, winterkoning, graspieper, boomleeuwerik, brilgrasmus, enz.
Vlieg met ons mee! |
|